%
&
Juf, ik heb al wortels!
!
#

Het programma van de KasKantine voor Samen Leren in de Wijk is ambitieus. De vier elementen water, aarde, lucht en vuur komen aan bod, en het wonder van biodiversiteit. Als die begrippen vertaald worden naar de wereld van planten en dieren, groeien en oogsten, koken en eten, dan blijkt de theorie een makkie.


Omdat de kas van de KasKantine nog niet is goedgekeurd voor kinderen, heeft de Ru Paré Community tijdelijk een klaslokaal en tuintjes ter beschikking gesteld. Gelukkig weten de mensen van de KasKantine wel raad met ‘tijdelijk’. De organisatie, in 2013 door twee chef-koks gestart als een experiment in stedelijke zelfvoorzienendheid en duurzaam leven, zit inmiddels al op haar vierde locatie, een voormalig voetbalveld. Door af te zien van elektriciteits- en watervoorzieningen, kunnen ze kavels gebruiken die tijdelijk beschikbaar zijn en/of een lage marktwaarde hebben. Daar tuinieren en koken ze, zorgen ze zelf voor stroom en water, repareren ze fietsen en kunnen anderen leren hoe je dat allemaal doet. Ze verzamelen ook surplus voedsel bij winkels en horeca om uit te delen.


Turven

Vandaag staat in de les het element water centraal. In de tuin van Ru Paré leren de kinderen van de Montessorischool hoe je water schoonmaakt. Ze boren gaatjes in de dop van een petfles, snijden de bovenkant van de fles en zetten die omgekeerd in de onderkant. Een koffiefilter erin, daarin zand of kiezels van verschillende grootte en voilà: een waterfilter. Als Rieta van de KasKantine in alle filters modderwater heeft gegoten, kunnen de kinderen zien wat het beste werkt. Zand, zo blijkt. Bram en Noa kijken verbaasd naar hun kraakheldere water en Salma loopt met haar fles naar Babette, leerkracht van de groep. ‘Kijk juf: helemaal schoon geworden!’ ‘Niet vergeten straks in je schriftje te schrijven hoe je het hebt gedaan,’ zegt de juf. Later zal Rieta een groot vel laten zien waarop de kinderen hebben geturfd hoe vaak ze op een dag water drinken, hun handen wassen en naar de wc gaan. ‘Ze vonden het turven leuk,’ vertelt Babette, ‘en gingen extra veel drinken om maar te kunnen turven.’ Rieta heeft ook opgetekend hoeveel – gezuiverd! – water die handelingen kosten, en uitgerekend hoeveel de groep in één dag verbruikt. Veel meer dan iedereen gedacht had. 


Montessorihart

Babette geniet enorm van het gebeuren. ‘Het haalt de sleur uit mijn werk,’ zegt ze, ‘en de kinderen leren hier dingen waar ik niets van af weet.’ Ze heeft ook kritiek. ‘De les is soms schools, dan bloedt mijn Montessorihart. Deze groep kan niet goed stilzitten en luisteren, maar als het kader duidelijk is kunnen ze prima zelfstandig werken. Ik wil het werk van de mensen van de KasKantine niet ondergraven, ik moet aan de zijlijn blijven. Gelukkig is er veel ruimte voor feedback en wordt er goed naar geluisterd. Uiteindelijk wordt er veel bijgeschaafd en verbeterd.’

‘Soms wordt het rommelig en chaotisch,’ zegt Asmae, stagiaire vanuit een pedagogische opleiding, ‘maar dat mag. Als ze maar iets opsteken en het naar hun zin hebben, en dat zie ik volop. De kinderen zijn leergierig, in alle drukte letten ze toch op en blijft er kennis haken. Ik leer hier veel van.’


Slamensen

De kinderen hebben een vorige keer zaadjes van allerlei plantensoorten in potjes gedaan en die mee naar school genomen; inmiddels hebben de meeste kiemblaadjes. Rieta legt uit dat het babyblaadjes zijn die zullen plaatsmaken voor het echte blad. Rayan bekijkt de onderkant van zijn glazen potje en roept: ‘Juf, ik heb al wortels!’ ‘Mooi,’ antwoordt Rieta, ‘dan kun je het plantje nu af en toe voeding geven. Tot nu toe kreeg het voedsel uit het zaadje, maar dat is inmiddels op. Weten jullie nog dat we in de les over aarde plantenvoedsel hebben gemaakt?’ Ze bedoelt bokashi, een vorm van compost. Het vat waarvoor de kinderen iedere les schillen en groenresten meebrengen staat in het lokaal. Walter van de KasKantine zit ze toegewijd klein te snijden. ‘Het is mooi om te zien hoe kinderen leren zonder dat er boeken aan te pas komen,’ vindt hij. ‘Ouders willen vaak dat hun kind advocaat of dokter wordt, maar er is zoveel meer.’

Betty – de KasKantine  is hier met drie mensen vertegenwoordigd – heeft in de pauze voorbereidingen getroffen voor een nieuwe zaaironde. Er is aarde, er zijn trays met plantpotjes en zaadjes van sla en pompoen. ‘Wij doen de sla,’ roept Nadir, ‘wij zijn de slamensen.’ Nadir heeft een groen hart, hij heeft op school alle eerder gezaaide plantjes verzorgd.


Duizendpoten

Rieta roept de groep weer rond de tafel. ‘Volgende keer gaan we het over biodiversiteit hebben. Bio betekent leven, diversiteit is verschil. Biodiversiteit gaat over het samenleven van alle verschillende wezens in de natuur. Weten jullie nog voorbeelden van dieren die planten helpen groeien?’ Wormen, bijen, pissebedden en duizendpoten passeren de revue. ‘Heel goed! Dat is nou biodiversiteit: levende wezens hebben andere levende wezens nodig. En ze houden allemaal van verschillende omstandigheden. Deze week moeten jullie onderzoeken wat jullie plantjes nodig hebben. De een wil zon – dat is het element vuur – en de ander schaduw. Sommige hebben veel dorst – het element water – en andere bijna niet. Kijk goed waar jouw plant blij van wordt.’ Elsa steekt haar vinger op. ‘Wij gaan een week naar Engeland, wil iemand mijn plant adopteren?’ ‘Ik!’ roept iedereen, Nadir wint. Hij klemt zelfs drie plantjes in zijn armen als hij naar de bus loopt die de klas terug naar school brengt. ‘Hele leuke les juf,’ zegt Elsa.


© Liesbeth Sluiter