:
;
Zijdelings Leren
.
/

Juni 2022. Een gemengde groep bovenbouwleerlingen van drie basisscholen in Amsterdam Nieuw West krijgt bij Buurtwerkplaats Noorderhof les over de natuur in de stad, in het kader van Samen leren in de wijk. Het is een traject dat zij met de scholen en andere creatieve wijkpartners ontwikkelden.

Om kwart over negen stommelen de kinderen binnen. Rugzakken ploffen op de vloer, zelf hangen ze onderuit op de stoelen. Ze lijken nu al moe, er wordt gegaapt. Tot ze de rivierkreeft ontdekken die Buurtwerkplaats-medewerker Yannis Roggeveen in de Sloterplas heeft gevangen en die nu rondpotelt in een aquarium.
Natuur in de Stad is het overkoepelende thema dat de Buurtwerkplaats, in het kader van Samen Leren in de Wijk, op het menu heeft gezet voor de laatste serie lessen van dit schooljaar. De uitwerking waaiert alle kanten uit, de werkwijze is consequent. Veel zelf maken, ruimte voor improvisatie en experimenten, en daarbij een bijna terloopse wolk van informatie die de kinderen kunnen absorberen. Zijdelings leren, zo verwoordt Tobias Krasenberg het. Hij is een van de initiatiefnemers van de Buurtwerkplaats. Hij nodigt jonge ontwerpers, kunstenaars en makers uit om samen invulling te geven aan de lessen, gebaseerd op hun artistieke praktijk en die van de Buurtwerkplaats.

"‘Het zijn levenslessen. Hier mogen ze fouten maken. Ze leren ze over de natuur en ontwikkelen er respect voor. Ze krijgen het vertrouwen van de volwassenen en daardoor ook zelfvertrouwen"

Yannis haalt de kreeft uit het water. Een flinke, ruim een decimeter lang en hij zwaait vervaarlijk met zijn scharen. ‘Dit is een mannetje. Kijk naar die grote scharen, die gebruikt hij om te vechten. En kijk hier, onder zijn buik, daar heeft een mannetje een extra stel poten voor de sex. Daarmee pakt hij een pakketje van zijn zaad en duwt dat in een zakje dat het vrouwtje onder háár buik heeft zitten. Zij stopt dan dat zaad bij haar eitjes.’ De kinderen verblikken of verblozen niet. Mawunyo legt voorzichtig zijn vinger op de gepantserde kreeftenrug. ‘Pas op broer, hij bijt in je vinger,’ roept Furkan. Na de anatomie volgt de ecologie van de kreeft. ‘Vroeger leefde deze soort niet in Nederland,’ zegt Yannis, ‘hij komt uit Amerika. Hoe is hij hier beland, denken jullie?’ ‘Gezwommen?’ zegt Ismail aarzelend. ‘Een rivierkreeft heeft zoet water nodig en tussen Amerika en hier ligt een zee vol zout water, dus dat kan niet. Mensen hebben hem hierheen gehaald, omdat hij lekker is om te eten. Maar dat had onverwachte gevolgen. Een rivierkreeft heeft hier bijna geen vijanden, en zelf eet hij alles. Gooi hem in een vijver vol dieren en planten en hij blijft als enige over. Voor andere soorten die hier leven is de rivierkreeft dus een plaag.’

Tijd om de handen te laten wapperen. Yannis heeft van een oude dame een berg lijsten gekregen. De kinderen plukken uit een stapel plantenpersen hun eigen, zelfgemaakte exemplaar, waaruit prachtige platte bloemen tevoorschijn komen. Nazif heeft op zijn pers een tekening van een boor gemaakt die zo in de handleiding ervan zou kunnen. ‘Ik hou van bouwen,’ zegt hij. De gedroogde bloemen worden nu ingelijst. Net als de resultaten van de vorige keer, toen kunstenares Claire van der Mee een gastles gaf en de leerlingen introduceerde in een oeroude vorm van fotografie: cyanotypie. Met lichtgevoelige verf en de zon hebben de kinderen toen negatieve afdrukken van planten gemaakt op stof.
Terwijl de kleine kunstenaars erop los plakken en knippen, zet Yannis de mierenkolonie op tafel. De beestjes zitten in aarde tussen dicht bij elkaar staande plexiglasplaten, zodat je precies kunt zien waar hun gangetjes lopen, waar de eitjes liggen en de afvalstort is – mieren zijn hygiënisch. Ze kunnen zich via slangetjes verplaatsen tussen de vier segmenten waaruit de plexiglas behuizing bestaat. ‘België, Duitsland, Nederland, Frankrijk. Nee, Denemarken,’ zegt Nicté. Ze gunt de diertjes levensruimte.

Pauze. Naar buiten, in de Sloterplas met netjes vissen naar slakjes, schelpen en planten voor het aquarium. Aziza, die als moeder aan alle lessen meedeed om Nederlands te oefenen, blijft binnen. Ze glimlacht veel, vindt ze het leuk hier? ‘Het is nieuw voor mij. Kinderen doen tegenwoordig bijna alles elektronisch. Als ik mijn kind een boek geef, bladert hij het door en legt het weer weg. Ze lezen alleen op hun telefoon en zelfs op school hebben ze een tablet. Hier gaat het anders.’
Aan de waterkant vertelt Furkan dat hij later een bedrijf gaat opzetten met twee vakken. ‘Een voor zorg en hulp aan dieren, en een voor mensen. Als je bang bent voor dieren, kan ik je helpen.’ Zelf wil hij graag een kat, maar zijn moeder zegt dat er thuis geen plek voor is. Wat vindt hij ervan, les krijgen met kinderen van andere scholen? ‘Maakt niet uit, als ik zelf plezier heb is het oké.’ Mahnoor vindt het leuk. ‘Het is een kans op nieuwe vriendinnen.’

"Er moet ruimte zijn voor experimenten, individuele fascinaties en onverwachte uitstapjes"

Het laatste uur schilderen de kinderen de kreeft, met zelfgemaakte verf. Yannis vertelt over de rotstekeningen van duizenden jaren geleden. Hoe mensen afdrukken van hun hand maakten door poeder van fijngemalen stenen rond hun hand te blazen die ze tegen een rotswand hielden, als bewijs van hun bestaan. ‘Je kunt ook een foto maken,’ zegt Ismail. ‘Klopt,’ zegt Yannis, ‘nu wel. Maar kijk, ik heb verfpoeders meegenomen. Pigmenten, heten die. Je kunt ze overal van maken. Rood van baksteen, zwart van houtskool, geel van kurkuma.’ Naast de kist met potjes in alle kleuren staat een doos eieren. ‘We mengen de pigmenten met eigeel. Dan krijg je een glanzende verf die hard wordt en heel lang goed blijft. Wie is wel eens in een kerk geweest?’ Er gaat één hand omhoog. ‘In sommige kerken hangen iconen, schilderijen die alléén maar met dit soort verf gemaakt mogen worden.’ Hij doet voor hoe je eigeel scheidt van eiwit. ‘Wie wil het proberen?’ ‘Pas op, eieren zijn duur geworden!’ waarschuwt Aziza. Liza-Li heeft het vaker gedaan, dat zie je zo. Mawunyo knijpt een ei kapot. ‘Nog eentje proberen?’ ‘Liever niet man!’
Als de verf klaar is en de kreeft in een pot water op tafel staat, gaat iedereen aan de slag. Er verschijnen wondermooie kreeften, in soorten en maten. Nicté schildert hem in de pot, inclusief water, razend knap. Ismail maakt een zij- en bovenaanzicht. Liza-Li gebruikt het hele vel, Rianne tovert een anatomisch perfecte kreeft op het papier. ‘Hoe zullen we hem noemen?’ ‘Michael Jackson,’ stelt Furkan voor, ‘hij komt uit Amerika toch?’ ‘Mag hij weer terug naar het aquarium?’ vraagt Yannis. ‘Het land uit!’ roept iemand.
Tot slot vraagt Yannis wat ze tijdens de eindpresentatie volgende week van hun werk willen laten zien in het mobiele rariteitenkabinet, gebouwd door Claire. ‘De kreeftenkooi.’ ‘De mierenkolonie.’ ‘De plantenpers.’ ‘De tasjes van vilt.’ ‘Het wormenhotel.’ ‘En wat gaan jullie erover vertellen? ‘Dat we op een bouwplek waren en konden experimenteren.’ ‘Dat de Buurtwerkplaats een vriendelijke plek is waar je alles kunt doen.’ ‘Dat we een nieuwe vriend gemaakt hebben. Michael Jackson.’ ‘Fijne lessen, want ik wil uitvinder worden. Kunnen we een bordje maken met Buurtwerkplaats erop?’

Lilian, de juf van de 7e Montessorischool die aan alle lessen heeft deelgenomen, moet alle kinderen met het ov weer veilig naar hun scholen loodsen. Ze is goed te spreken over wat ze heeft meegemaakt. ‘Het zijn levenslessen. Op school zit je vast aan de eisen van lezen en rekenen, hier pakken ze alles zelf aan en mogen ze fouten maken. Ze leren ze over de natuur en ontwikkelen er respect voor. Ze krijgen het vertrouwen van de volwassenen en daardoor ook zelfvertrouwen. Soms is het lastig om drukke kinderen van wie ik niet de juf ben in toom te houden. En de planning zou beter kunnen. We zitten nu in de drukste tijd en ik mis nu zes dagdelen voor mijn lessen. Maar het is een verrijking van het schoolaanbod.’
Dat is precies wat de Buurtwerkplaats beoogt, zegt Tobias. ‘We willen een rijke leeromgeving ontwerpen, waarin de kinderen nieuwe interesses, vaardigheden en kennis kunnen ontdekken. Datzelfde geldt voor alle overige betrokkenen: docenten, schooldirecties en wijkpartners. Yannis bijvoorbeeld heeft een natuurbeheeropleiding gedaan, daarmee kan hij hier alle kanten op. Wij denken dat leren niet louter bewust gestuurd moet worden. Er moet ruimte zijn voor experimenten, individuele fascinaties en onverwachte uitstapjes.’
Samen Leren in de Wijk doet ook iets voor Amsterdam Nieuw West, vindt hij. ‘Het gaat ervan uit dat de gemeenschap verantwoordelijk is voor de kansen die kinderen krijgen. Als een wijk eenmaal als slecht te boek staat, verinnerlijken de bewoners dat en schudden ze die reputatie moeilijk af. Als er maar genoeg van dit soort projecten zijn, is dat beeld niet langer houdbaar. Nieuw West zit vol met mensen die er de schouders onder zetten. In dit soort projecten ontmoeten we elkaar en bundelen we de krachten.’


© Liesbeth Sluiter

https://buurtwerkplaatsnoorderhof.nl/ZIJDELINGS-LEREN